fbpx

Kyra’s Adventures 5.3. Op naar de realiteit.

Photo by Mimi

Scroll this

“Kyra!” hoorde ik geschrokken op de achtergrond. De stem klonk vaag, alsof we ondergedompeld waren in water. Een diepe, duistere zee. 

“Snel, pak water” 

Hmm, het gaat wel wilde ik zeggen. Laat me maar even liggen. Maar mijn stem produceerde geen geluid. De donkerheid was comfortabel, ver van de realiteit. Ik wilde niet terug. Waarom wilde ik niet terug? Terwijl ik langzaam helderder werd begon de harde waarheid terug te komen. Nee, ik wilde niet terug naar het licht. Ik kon het niet aan. Nee… 

Damian! Mijn ogen vlogen open.  

Boven me zag ik een aantal gezichten en een felle lamp. 

“Meisje, gaat het? Ga even rustig rechtop zitten” 

Terwijl ik langzaam in zitpositie werd gehesen kwam alles weer terug. De kamer. De witte muren. En Damian.  

“Ik moet even naar buiten” bracht ik zwakjes uit. 

“Ik breng haar wel.” de stem van de dokter was zacht. Hij sloeg mijn arm over zijn schouders en zo liepen we de witte kamer uit. In de gang zette hij me in een van de wachtstoelen.  

“Gaat het een beetje? Het is best een schok dus blijf maar even zitten” 

Ik knikte. 

“Is er iets wat ik voor je kan doen?” vroeg hij. 

“Mijn tas met mijn telefoon. Ik moet Bob bellen”  

“Oké, ligt hij nog in de wachtkamer?” 

“Ik denk het” hoorde ik mezelf zeggen. Maar in werkelijkheid had ik geen idee. Het enige wat er door mijn hoofd ging was het woord ‘dood’. Het abstracte concept dat zojuist werkelijkheid was geworden. Terwijl ik nog steeds bedwelmd op de stoel zat kwam de dokter teruglopen met mijn tas en een deken.  

“Hier” zei hij terwijl hij me de tas gaf. De deken sloeg hij over mijn schouders. Pas toen bedacht ik me hoe miserabel ik er waarschijnlijk uitzag. Een meisje in een mooie donkerpaarse jurk, spierwit en hoogstwaarschijnlijk met zwarte mascara vegen over haar hele gezicht.  

Compleet gebroken. 

Terwijl de dokter wegliep probeerde ik mijn trillende handen onder controle te krijgen. Na een paar verwoede pogingen kreeg ik mijn telefoon ontgrendeld. Ik scrolde door mijn contacten op zoek naar Bob. Na bijna een studiegenoot gebeld te hebben lukte het me om Bob aan te klikken. 

Bieebbieebbieeb 

Met Bob” hoorde ik. Opnieuw begonnen de tranen over mijn wangen te stromen.  

Ik probeerde tevergeefs een zin te produceren maar het enigste wat er uit mijn keel kwam was B..ob 

‘’Kyra? Ben jij dat? Wat is er?’’ hoorde ik verward aan de andere kant.  

“Bob” 

‘’Wat is er, Kyra? Wat is er aan de hand?’’ Dit keer klonk het bezorgder.  

‘’He…t is Da….mian.’’ Een snik volgde. “Hij is… hij is.. 

‘’Wat is hij, Kyra. Wat is er met Damian!?’’ Bob zijn stem sloeg over. 

‘’Hij is… Hij is weg” Ook mijn stem sloef over. “Op de in..tensive care. Hij ligt op de… intensive care in het Catheri..na ziekenhuis. Ko…m langs, alsje…blieft.’’ 

De rest van het gesprek ontging me. 

Mijn hand liet ik langs mijn lichaam vallen. Ik hoorde de doffe klap van mijn telefoon die de grond raakte, maar het registreerde zich niet meer in mijn brein. 

Ik keek omhoog. 

De witte muren. Het witte plafond. De witte lichten. 

Godverdomme, wat haatte ik de kleur. 

Ik had geen idee hoe lang ik daar al zat. Het konden uren zijn, maar ook minuten. Misschien zelfs maar seconden. Uiteindelijk voelde ik een hand op mijn schouder. Ik keek omhoog recht in het gezicht van een jonge zuster. Ze droeg een zwarte bril, het trendy nerd type, en had het standaard ziekenhuis uniform aan. Haar donkerblonde haar was gevlochten en hing over haar linkerschouder.  

“Als je wilt kun je nog bij hem zijn. Wil je dat?” Het duurde even voordat ik begreep wat ze zei. 

“Ja, graag” 

Zonder woorden pakte ze mijn hand en leidde me door de witte doolhof. We kwamen aan in een nieuwe kamer gevuld met apparatuur. In het midden stond een bed met daarin Damian. Van een afstand leek het alsof hij gewoon sliep. Maar de verschillende slangen, draden en andere apparatuur die aan zijn lichaam gekluisterd zaten verraadde de leugen.  

De zuster zette zachtjes een stoel naast het bed voor ze ons alleen liet. 

De uren daarna spendeerde ik in de stoel. Soms hield ik zijn hand stevig vast, terwijl ik het dekbed bedekte met zoute tranen. Soms probeerde ik het rode bloed dat zijn gezicht nog bedekte af te vegen met een van de doekjes die de zuster op het nachtkastje had gezet. Om de zoveel minuten kwam ze een check-up doen. Soms legde ze me uit waar de machines voor waren. Andere keren stelde ik haar hopeloze vragen over de dood waar geen van ons beiden een antwoord op had. 

Na een aantal van de check-ups keek ze me opeens aan. 

“Als je wilt kan ik hem iets opschuiven, zodat je naast hem kunt liggen”. 

Mijn tranen gaven haar genoeg antwoord. 

“Als je even wat te drinken gaat halen, dan regel ik dat voor je”  

Als bedankje gaf ik haar een zwakke glimlach voor ik een laatste blik richting Damian wierp en de kamer uitliep. 

Terwijl ik een kop thee bij de automaat dronk zag ik Johan richting de uitgang lopen. Onze ogen kruisten. 

Zonder dat ik het vroeg beantwoordde hij mijn vraag: “Ik ga even Bob ophalen”. Ik knikte. Woorden waren overbodig geworden. Op dit moment was er een samenhorigheid. Wij tegen de dood. We hoefden niet meer te praten om elkanders pijn te voelen.  

Langzaam dronk ik de thee op. De warme substantie deed niets om de kou die mijn hart had omringd te doen verdwijnen. Met een zucht gooide ik de lege plastic beker weg en liep terug naar de kamer.  

Op naar de realiteit.  

Vorige Kyra’s adventures Volgende Bob’s Adventures

1 Comment

Comments are closed.