8.31: Ga. Verdwijn. Ervaar en kijk nooit meer terug.

Photo by Bob Sala

Scroll this

8.29 nog niet gelezen? Geen zorgen, die vind je hier

Nieuw tot het verhaal? Begin dan bij 1.1.


Layana stak een sigaret aan. De rook dwarrelde langzaam door de woonkamer terwijl onze ogen zielloos naar de TV staarde. Ik had haar niets verteld over de mentale oorlog die momenteel gepasseerd leek. Er was een keuze gemaakt, maar ergens voelde het als een verraad om dingen te veranderen in onze kleine comfortabele bubbel. Ze had me in huis genomen. Ze had me gevoed. Ze had al mijn oneindige bullshit doorstaan. Waarom zou ik er eigenlijk iets aan veranderen? Ze was goed voor me, ik had het goed in haar huis. Waarom leek mijn bestaan enkel nog maar op een oneindige zeur van ongenoegen?

Nee.

Ik moest die route niet inslaan. Woest gooide ik een slok wijn in mijn mond, ik twijfelde of ik moest spreken maar samen met de wijn slikte ik de woorden weer door. Layana keek me aan. ‘’Wat is er?’’

‘’Niets.’’ Zei ik snel.

‘’Je zag eruit of je iets wilde zeggen.’’

‘’Klopt. Het sloeg nergens op.’’

‘’Oké.’’ Zei ze en keerde haar aandacht weer terug op de TV. ‘’Weet je het zeker?’’ voegde ze er nog aan toe zonder haar ogen verder te bewegen.

Nee. Wilde ik zeggen. Maar het bleef stil aan mijn kant. Daardoor keek ze mij aan, ik knipoogde naar haar als non-verbaal gebaar dat het allemaal in orde was. Eventjes bleef er een argwanende blik hangen, maar daarna leek haar aandacht weer weg te dwalen in het verleidende vermaak van de willekeurige Netflix serie die we aan het kijken waren. Waar het precies over ging, wist ik niet meer. Ik staarde meer naar de bewegende beelden dan naar de serie zelf terwijl mijn gedachten langzaam de overhand kregen.

‘’Layana.’’ Ik speelde met mijn wijnglas. ‘’Ik ga weer studeren.’’

Het leek haar vreugde te doen. Er verscheen een enthousiaste glimlach op haar gezicht. ‘’Wat goed!’’ zei ze. Het nieuws bracht even een optimisme in de kamer, even leken alle pragmatische dingen er niet toe doen. Ze zag dat ik een stap vooruit wilde maken, een langzame voorzichtige stap in een hoopvolle goede richting. Ambivalent knikte ik als reactie op haar euforie en gooide mijn aandacht in enig ongemak weer terug op de tv. ‘’Wat ga je eigenlijk studeren?’’

‘’Dat is het leukste.’’ Een grijns kwam op mijn gezicht. ‘’Bedrijfseconomie.’’

Haar enthousiasme veranderde in een verwarde blik. ‘’Jij? Bedrijfseconomie?’’

Ik haalde mijn schouders op. ‘’Uit een ver verleden heb ik er nog een propedeuse van liggen, dus ik kan makkelijk instromen.’’

‘’Lijkt het je leuk?’’

‘’Het zal een boterham betalen en me van de straat houden. Meer kan ik op dit moment niet vragen.’’

‘’Je klinkt er zelf niet heel enthousiast over.’’

‘’Enthousiasme is de laatste tijd niet mijn sterkste kracht.’’ Zuchtte ik.

Ze pakte de afstandsbediening en pauzeerde de serie. Om de een of andere reden werd dat het signaal dat het serieus werd. Al haar aandacht zou op mij worden gericht. ‘’Denk je wel dat het je gelukkig zal maken?’’

Een plotselinge luide lach ontsnapte aan mij. ‘’Geluk. Beste dame, heel het concept heb ik al een jaar verlaten. Ik heb de lat laag liggen, zodra ik een dag wakker wordt zonder kater, zonder mijzelf als een stuk stront voel en achterover kan zitten in een stoel met een oprechte glimlacht en kan denken ‘alles is oké’, dan heb ik mijn doel bereikt.’’

Ze legde haar sigaret op de asbak, maakte een geluid wat op een vreemde grom leek en bleef stil. Nu leek zij diegene die woorden voor zich hield en het stoorde me. ‘’Ik bedoel, ben jij nu gelukkig met jouw leven? Is dit wat je altijd wilde?’’

Met enige koelte in haar stem zei ze: ‘’Ik begrijp je.’’

Energiek leunde ik naar voren. ‘’Soms denk ik niet dat geluk bestaat. Alsof het enkel maar een marketing tactiek is. ‘koop dit en je voelt je gelukkig, bereik dit en je gaat je euforisch voelen, spendeer je tijd zo en jouw leven is compleet’. Ze laten nooit de dag erna zien; de katers, de rotzooi, de ruzies en de pijn. Het voelt alsof ze heel het idee van een  vlekkeloos bestaan voor onze neus houden zodat we het najagen, niet wetende dat we het nooit zullen bereiken.’’

Layana keek me aan, slikte een keer en zei ditmaal met een zachtere toon in haar stem. ‘’Ik begrijp je. Maar het wil niet wegnemen dat het dom is om iets te doen wat je niet leuk lijkt. Laten we eerlijk zijn, je past niet in de wereld van overhemden, meetings en deadlines.’’

‘’Het is een pragmatische keuze. Afvinken dat ik een diploma heb. Wat moet ik anders doen? Als een parasiet de rest van mijn leven op jou blijven teren?’’

Ze haalde haar schouders op en zei nonchalant: ‘’Misschien zal ik er niet meer zijn.’’

‘’Wat bedoel je daarmee?’’ klonk er gefrustreerd en met verbazing van mijn kant, alsof er plotselinge enige vorm van stabiliteit aan het verdwijnen was.

‘’Ik wil reizen, Bob. De wereld in. Elke dag een nieuwe omgeving, nieuwe mensen en ervaringen. Wakker worden met een jetlag en een kater in een vreemd land.’’

‘’Denk je dat het je gelukkig zal maken.’’ Ik glimlachte door de plotselinge scherpe weerspiegeling.

‘’Verdomme.’’ Zuchtte ze uit. ‘’Ik heb geen idee, maar het klinkt een stuk verleidelijker dan het leven wat ik nu heb.’’

Haar fantasie klonk inderdaad verleidelijk. Het mysterie van de wereld had een magisch iets wat toch een bepaalde jeuk wist te bevredigen waarvan ik niet eens wist dat die er was. Palmbomen, vreemde geuren in de lucht, de chaotische onwetendheid die je zou ervaren in vreemde landen. Felle zon in december en sneeuw in juli. Het klonk bevrijdend. Het klonk als een uitweg uit een constant herhalend geestdodend repertoire. Misschien was Kyra daarom Nederland ook ontvlucht. Het was een frisse lucht om een vreemde op de wereld te zijn. Ik snapte Layana plotseling, ik begreep Kyra, maar de enige persoon die ik hoefde te begrijpen in dit leven was mijzelf.

‘’Waarom ga je niet?’’

Ze haalde haar schouders op.

‘’Er is altijd een reden om niet te gaan.’’

‘’Maar er is ook altijd een reden om wel te gaan.’’

‘’Hoezo is dit gesprek plotseling op mijn leven gekeerd!?’’ zei ze, terwijl ze haar stem verhief.

‘’We zijn beiden opzoek naar hetzelfde toch?’’

‘’Wat? Geluk?’’ zei ze sarcastisch.

Ik haalde mijn schouders op. ‘’Ik denk het wel. Althans, een vorm van verlichting ofzo. Geen idee hoe je het noemt. Bevrijding. Een stukje van onszelf. Een manier van leven dat ons werkelijk levend laat voelen.’’

Gefrustreerd pakte Layana de afstandsbediening en zette de serie opnieuw aan. Het gesprek leek ten einde maar toch zat er iets nog niet helemaal lekker in mijn gedachtes. Ik zei haar naam. Ze keek me aan.

‘’Beloof me alsjeblieft dat je op een dag gaat, oké? Er is te weinig tijd voor ons beide om te wachten op redenen om te doen wat we zouden willen doen.’’

Al denkend knikte ze en beloofde me het stilletjes.

‘’Plus;’’ voegde ik er snel aan toe. ‘’Ik wil kunnen patsen met alle ansichtkaarten die ik van jou ga ontvangen.’’

Haar ogen bleven op de tv staan maar er zat een lach te schijnen op haar gezicht. Ik nam een slok van de wijn, leunde naar achteren en betrapte mijzelf ook op dezelfde hoopvolle gedachten wat het leven allemaal zou kunnen brengen.

De volgende dag schreef ik mijzelf in voor bedrijfseconomie. Het zou nog even duren, maar er hing verandering in de lucht. Een nieuwe wind lag op de loer, wellicht zou dit mij helpen en anders kon ik altijd nog stoppen en terugkeren naar het leven dat ik kende.


Geduld, doe rustig. 8.32 vind je gewoon hier.

Ontvang elk verhaal elke week via What’s App met een losstaande tekst. Gebruik deze link om je aan te melden.

Wil je in de tussentijd meer lezen? Check dan Kyra’s Adventures, een van de essays die ik onlangs heb gepubliceerd of lees het eerste deel van La speranza è l’ultima a morire. Of luister de playlist die ik speciaal voor Bob’s Adventures heb opgesteld. 

Foto door: Bob Sala