fbpx

3.18 De nietigheid van het bestaan

Photo by Troy Freyee

Scroll this

De rest van de nacht lag ik te slapen. Het was het soort door alcohol beïnvloedde nachtrust waardoor je de volgende dag verward, stinkend en afvragend of je nog leefde wakker werd. Ik kon me niet meer herinneren hoe en wanneer ik thuis was gekomen. De smaak in mijn mond was een ondertussen bekende combinatie van braaksel, tabak en alcohol en het enige wat ik wilde doen was mijn tanden poetsen en verder slapen.

Ik opende mijn ogen, stapte uit bed en pakte mijn mobiel uit mijn broekzak. Op mijn kapotte Iphone scherm zag ik dat ik meerdere oproepen had gemist van een onbekend nummer.

Zonder überhaupt te overwegen om terug te bellen, gooide ik de mobiel op het bed, liep naar de badkamer en braakte voor een paar minuten in de wc. Keek vervolgens een paar minuten in de spiegel en stapte onder de douche. Mijn huid was bleek, mijn ogen rood en het leek alsof de wallen onder mijn eigen zich eindelijk hadden overgegeven aan de oneindig zeurende zwaartekracht.

Na een half uur te hebben gezeten onder de lauwwarme waterstraal van de douche en een keer in het putje te hebben geplast, trok ik een schone onderbroek aan en ging weer terug in bed liggen.

Al snel dommelde ik terug in slaap en zat ik vast in een door kater gedreven droom. Er zat totaal geen structuur in. Het ene moment stond ik op een grasveld te roken en zodra ik met mijn metaforische ogen knipperde stond ik op een uitvaart.

Hoe vaker ik knipperde hoe vager het werd. Gezichten werden onduidelijker, gesprekken werden onverstaanbaar en de scenario’s werden onlogischer.

De enige constante was het feit dat alles steeds verder weg begon te lijken.

Op de achtergrond klonk een vaag gerommel en telkens als er iets veranderde, werd het gerommel luider en het scenario donkerder.

Uiteindelijk bevond ik mezelf in, wat voelde, als totale nietigheid. Ik zweefde doelloos en verward rond in een zwarte omgeving terwijl het gerommel zo luid was dat het pijn deed aan mijn oren. Ondertussen voelde ik een vage vibratie tegen mijn been.

Ik voelde mezelf in paniek raken terwijl ik alles wat ik kende in de verte zag verdwijnen en voordat ik het wist, klonk er een luidde knal waarna er voor een seconde een harde windvlaag voorbij kwam.

En was alles weg.

Het gerommel was gestopt.

En ik was alleen in mijn eigen onaanzienlijkheid.

Geschrokken schoot ik omhoog in bed en was ik terug op mijn kamer. Ik haalde enkele keren diep adem alleen wilde het vibrerende gevoel tegen mijn been niet weggaan. Ik gooide de dekens ruw weg en kwam er toen pas achter dat ik gebeld werd door hetzelfde nummer.

Ik nam op.

‘’Hallo?’’

‘’Hoi.’’

‘’Bob?’’

‘’Uhu.’’

‘’Hee, hoe is het? Leef je nog een beetje?’’

‘’Nauwelijks.’’

‘’Ouchie, dan moet je niet zoveel drinken jongen.’’

‘’Sorry, maar wie is dit?’’

Hij lachte.

‘’Je herinnert je het niet meer of wel?’’

‘’Wat moet ik me herinneren?’’

Voor een seconde bleef het stil.

‘’Gast, vertel me wie je bent. Anders hang ik op.’’

‘’Het is Chun. We hebben elkaar gisteren ontmoet.’’

Ik begon te lachen.

‘’Wacht, Chun? Wat is dat nou voor naam.’’

‘’Mijn naam.’’

‘’Oké.’’

‘’Maar wanneer kan je langskomen, Bob?’’

‘’Langskomen?’’

‘’Ja! Om te kijken of je bij ons wilt werken.’’

‘’Huh?’’

‘’Jezus, jij was gisteren wel echt van het padje, he?’’

‘’Nogal.’’

‘’Oké, oké. Je zei gisteren dat je een baantje nodig had en wij zoeken in het restaurant van mijn oom toevallig nog mensen.’’

‘’Uehm..’’

‘’Kijk, je hoeft niet te komen. Ik snap het helemaal dat je dronken beloftes niet te serieus moet nemen, maar jij leek me wel een capabele gast en we hebben hoognodig mensen nodig. Als je wilt kan je vandaag al langskomen.’’

‘’Het is zondag.’’

‘’Oké, morgen dan? Komt dat uit.’’

‘’Denk het wel.’’

‘’Weet je nog waar je moet zijn?’’

‘’Niet echt.’’

Chun gaf me een routebeschrijving maar ik kon me echt niet concentreren. Misselijkheid nam mijn bewustzijn over en ik legde mijn telefoon op het bed neer en rende naar de kleine prullenbak in de hoek van mijn kamer. Op dat punt kwam er alleen nog maar maaggal uit.

Een minuut later pakte ik de telefoon weer op.

‘’Bob, heb je het begrepen?’’

‘’Uhu.’’

‘’Moet ik anders even het adres naar jou appen, misschien is dat makkelijker na nader inzien.’’

‘’Doe maar.’’

‘’Oké, dan verwacht ik je morgen bij ons. Wij zijn er vanaf 12:00 dus kijk maar wanneer je tijd hebt.’’

‘’Oké’’

‘’Goed, tot morgen man. Zorg dat je morgen wel fris bent trouwens. Mijn oom neemt je morgen anders niet aan, en als je een cv hebt dan zou ik die ook meenemen.’’

‘’Tot morgen.’’

Ik hing op, wreef in mijn ogen en ging weer verder slapen.

Vorige post Volgende post