fbpx

4.30 Maar dat komt, schone dame, omdat ik nogal dronken ben.

Photo by Martin Levi

Scroll this

Mijn hoofd zwierde doelloos met de muziek mee. 

Mijn maag vocht tegen de misselijkheid 

Mijn ogen had moeite om niet dubbel te zien. 

En mijn tong kon de woorden uit mijn hoofd niet meer vertalen. 

Maar toch, toch voelde ik me goed. 

Ondanks de schuddende bewegingen van mijn ogen probeerde ik Katie in de gaten houden. De drank had ook bij haar alles weggenomen. Haar plotselinge ingetogenheid, haar timiditeit en haar angst voor wat er zou kunnen gebeuren. Haar heupen bewogen sierlijk op de generieke nummers in de kroeg. Af en toe keek ze om, lachte en draaide zich weer om als de kleine mysterieuze verschijning die zij was. 

Uit het niets kwam Damian met een nieuw biertje aangelopen. Ook zijn motoriek werd beïnvloed door de alcohol en met een paar scheve stappen wist hij uiteindelijk voor mij te komen staan. Met tegenzin pakte ik het biertje aan, dronk het biertje wat ik al in mijn hand had op en liep naar buiten. 

Toen ik eenmaal buiten was werd ik het slachtoffer van mijn eigen desoriëntatie. Voor een moment wist ik niet meer waar ik was, in welke kroeg mijn vrienden stonden of waarom ik überhaupt nog aan het drinken was. 

Maar het maakte allemaal niet meer uit. 

Waarschijnlijk was juist deze desoriëntatie de reden dat ik zoveel dronk. Een hopeloze vluchtpoging van de realiteit. Om vervolgens de daaropvolgende dag weer terug wakker te worden in datgene wat ik juist probeerde te vergeten. En vaak ook nog eens met een kater. 

Strompelend liep ik naar een van de statafels toe, stak klunzig een sigaret op en leunde vervolgens tegen de tafel aan. Het geluid van pratende mensen vulde de lucht om mij heen terwijl de menigte op Stratumseind voorbij mijn bestaan liep. Op dat dronken moment voelde ik me enkel nog maar een observator van het bestaan, zonder een verder doel dan alleen maar te kijken. Te observeren. 

Het was pas toen ik een hand zachtjes op mijn schouder voelde dat ik uit deze trance werd gehaald. 

‘’Bob?’’ 

Ik draaide om en achter mij stond plotseling een vrouwelijk gezicht wat me vaagjes bekend voorkwam. Alleen momenteel werd het door de alcohol gehuld in een vorm van anonimiteit. 

‘’Huh?’’ 

‘’Waarom heb je niets meer van je laten weten?’’ 

‘’Dat gaat een beetje moeilijk als ik niet weet wie je bent.’’ 

‘’Wat zei je nu!?’’ schreeuwde ze bijna uit. 

Ik nam een slok van mijn biertje en zweeg. 

‘’Herinner je mij überhaupt, Bob?’’ 

Ik schudde nee. 

‘’Maar dat komt, schone dame, omdat ik nogal dronken ben.’’ 

‘’Een eikel ben je. Wist je dat!?’’ 

‘’Da…ar ben ik volledig van op de hoogte.’’ Zei ik met mijn kleine ogen en een klein lachje op mijn gezicht. 

‘’Vind je dit grappig, Bob? Hè? Voel jij je nu goed, wetende dat je mij pijn doet?’’ 

Ik was stil en keek haar aan. Ik voelde me slecht dat ik haar niet herkende maar tegelijkertijd kon ik er in deze dronken vlaag niets omgeven. Niet omdat ik haar pijn wilde doen, niet omdat ik er trots op was maar puur omdat ik het verleden niet naar boven wilde halen. 

‘’Het spijt me dat ik je niet herken en ik vermo..ed dat ik morgen me alles weer herinner, maar nu ben ik niet echt in de staat om te functioneren.’’ 

Ze zuchtte. 

‘’Denk je dat je je dit morgen gaat herinneren?’’ 

‘’Dit gesprek?’’ 

‘’Nee.’’ Zei ze terwijl ze een stap naar voren zette. ‘’Dit!’’. Plotseling duwde ze mij met beide handen omver. Mijn lichaamstaal had waarschijnlijk aan haar verraden dat het mijn zwakke plak was. Voordat ik het zelf door had belandde mijn achterhoofd met een doffe knal op de kinderkoppen. Het bier wat ik in mijn hand had verspreidde zich over mijn T-shirt en de brandende sigaret rolde de menigte in. 

Mijn val had alle aandacht in een straal van enkele meters getrokken. Een paar mensen stonden te kijken terwijl ik op de grond lag, een paar lachte en een paar probeerde mij omhoog te helpen. Terwijl ik de hulp wegwuifde krabbelde ik onhandig omhoog. Vervolgens raakte ik als een bezetene elk plekje op mijn hoofd aan in de hoop dat ik niet bloedde. Toen ik eenmaal elk bereikbaar plekje had gehad, liep ik terug naar binnen. 

Het duurde even voordat ik de rest had gevonden maar uiteindelijk zag ik Katie, die nog steeds haar charisma met de kroeg aan het delen was.  

Ik weet niet wat het op dat moment was. Misschien de manier waarop zij danste, misschien de rare gebeurtenis van eerder of misschien was het de drank. Maar op dat moment maakte ik een egocentrische keuze. Ik liep naar Katie toe, pakte haar hand vast en zoende haar. 

Ook al was Katie bang voor wat mensen gingen denken, ik kon niet langer in de schaduw blijven staan. 

En op de een of andere manier wist ik dat wij het zouden overleven. 

Vorige post Volgende post