fbpx

4.37 Stop het weg. Weg zeg ik je! Stop het weg!

Photo by Brooke Frederick

Scroll this

Samen met Robert en Damian hadden wij stilzwijgend een verbond gesloten. Het was al snel duidelijk dat geen van ons alle Katie en Kyra wilde vertellen wat er was gebeurd. We wilde onze roekeloze stommiteit zo snel mogelijk vergeten. 

Het verbaasde me ook niets toen Robert plotseling begon aan te dringen om de joint te roken. Hij zei geobsedeerd dat we direct een plek moesten vinden en Damian liep zonder enige aandacht voor de rest weer het trappenhuis in. 

Zijn voetstappen galmde traag en mysterieus om ons heen. Kyra keek me vragend aan en vroeg: ‘’Wat is er met hem?’’ 

Ik haalde mijn schouders op. 

‘’Ik denk dat de beste jongen moe is.’’ 

‘’Dan gaan we toch gewoon naar huis?’’ Drong Katie op. 

‘’Nee joh. De avond is nog jong.’’ Zei Robert met een trillende stem terwijl hij om zich heen keek. ‘’Of de ochtend. Het is maar hoe je het bekijkt.’’ Vulde hij snel lachend aan. 

Voor Katie en Kyra was de lach niets speciaals maar ik zag de angst, de spanning en de sterfelijkheid rond spelen in zijn hoofd. Robert was plotseling in een kinderlijke gedaante veranderd, onwetend wat hij met de situatie aan moest. Zijn verlangen om zichzelf wederom te verdoven begon te branden. 

En op dat moment, kon ik hem geen ongelijk geven. 

De sfeer van het hele avontuur was veranderd. We waren plotseling niet meer een stel jongens die opzoek gingen naar gevaar en het onbekende. We waren een paar kinderen die het gevaar hadden gezien, oogcontact hadden gemaakt en nu met onze staart tussen onze benen en urine in onze broeken terug moesten lopen naar het bekende. 

Onze sterfelijkheid echode constant door onze oren. 

Maar tegelijkertijd borrelde er iets in mij. Het was de vage combinatie van adrenaline, onverschilligheid en de koude blik van een onvoorspelbare toekomst. Plotseling vond ik een gevoel in mezelf van genot. Puur genot.  

Na een lange tijd, voelde ik mezelf weer… levend. 

Wakker. 

En menselijk. 

Al snel belandde ik weer in tweestrijd tussen mijn eigen sterfelijkheid en mijn ambivalentie tegenover de dood. Het voelde als een mentaal kruispunt waarin ik de keuze moest maken tussen een snel, wild en verdovend leven en een rustig maar gelukkig leven. 

Maar zoals altijd, propte ik het weg.  

En probeerde er niet meer aan te denken. 

Door: ‘’Laten we kijken of Damian nog niet verkracht wordt door een zwerver’’ te zeggen haalde ik mezelf uit mijn gedachten. Ik wachtte verder niet op een antwoord en liep het trappenhuis in. De echo van voetstappen volgde mijn lichaam al snel en toen ik omkeek liep de rest ook achter mij aan. 

Zonder überhaupt te weten waar Damian was bleef ik naar boven lopen totdat wij bij het dak uitkwamen. Daar zat Damian met zijn benen over de rand verzonken in zijn gedachten. Stilletjes liep ik naar hem toe. 

‘’Je gaat niet springen toch?’’ 

Damian schrok en keek op. 

‘’Bobbie.’’ Zei hij terwijl hij vervolgens naar beneden keek. ‘’Dat zou echt een rotzooi worden. Dat wil ik jullie niet aandoen.’’ 

Ik lachte. Legde mijn hand op zijn schouder en ging naast hem zitten. Mijn benen liet ik over de tien verdiepingen hoge rand bungelen. Kyra ging aan de andere zijde van Damian zitten en ondertussen voelde ik Katie’s hand over mijn rug strelen. 

Ik pakte haar andere hand vast en kneep er zachtjes in. 

Robert had zonder dat wij het doorhadden al snel de joint opgestoken en bood hem aan Katie aan. 

Zij nam hem aan, nam een verlegen hijs en gaf hem door aan mij. Ik nam een paar diepe hijsen in de hoop dat de wiet mij rust zou geven. Ik gaf de joint door aan Damian, hij pakte hem aan en staarde voor zich uit. 

‘’Jongens.’’ Zei hij. ‘’Zo hoort vriendschap te zijn.’’ 

Kyra schoof dichter tegen hem aan en vroeg: ‘’Hoe bedoel je, lief?’’  

‘’Gewoon… simpel ofzo. Dit is zo’n moment dat ik nooit ga vergeten. Met zijn allen op het dak, terwijl de zon opkomt en een joint die tussen ons in danst. Ik geniet hiervan. Ik geniet van die simpele echte vriendschap. Geen bullshit, geen nepheid maar juist de pure simpliciteit.’’ 

Ik wist dat de intensiteit van de avond Damian te pakken had gekregen maar tegelijkertijd begreep ik precies wat hij bedoelde. Ik klopte enkele malen met mijn hand op zijn schouders, om te laten weten dat ik hem gehoord had en stond toen op. Ik pakte Katie onverwachts stevig vast en fluisterde in haar oor: ‘’Ik heb een idee.’’ 

‘’Wat dan.’’ Zei ze hard op. 

‘’Loop nou maar met mij mee.’’  

En zo liepen we samen het gebouw in, Kyra keek ons nog snel aan voordat wij naar beneden gingen maar ze zei er niets van. De zon scheen ondertussen volop door de stoffige ramen en ik liep de zaal van de negende verdieping in. 

‘’Wat ga je doen, Bob?’’ 

Ik draaide om. 

In een ‘fuck it’ moment opende ik mijn mond en zei: ‘’Ik hou van je. Like a fucking lot.’’ 

Katie stond stil naar mij te kijken. 

‘’En het maakt me verder ook niet uit of je het terugzegt.’’ Voegde ik snel toe. ‘’Ik wilde gewoon dat je het weet. Voordat shit gaat veranderen, voordat een van ons – waarschijnlijk ik – het gaat verneuken.’’   

‘’Soms kan ik jou zo moeilijk lezen, Bob. Wist je dat?’’  Zei ze lachend. 

‘’You say it like its a bad thing.’’ 

Ondertussen liep ze naar mij toe en begon mij te zoenen. Ik duwde haar lichaam dichter tegen de mijne terwijl wij zonder te kijken door de zaal zwierven. Katie verloste zichzelf van de kus en keek mij vol lust aan. Ze deed mijn shirt uit waarop ik haar optilde en tegen de stoffige ramen aanzette. 

En dat moment. 

Dat goddelijke, zoete moment. 

Was het einde van de zomer. 

Ik zou er alles voor over hebben, om terug te gaan naar die ene fucked up avond.

Vorige post Deel 5