fbpx

5.7 Laat mij teruggaan. Laat mij alsjeblieft teruggaan.

By Maximilan Motel

Scroll this

Na het gesprek met Damian, dronk ik een biertje. Toen die op was, pakte ik er nog één. En uiteindelijk opende ik ook nog een derde om de tijd sneller te laten gaan. Opnieuw zat ik in het vagevuur van mijn eigen leven. Wachtende totdat er iets zou gebeuren waardoor ik eindelijk weer wist waar ik stond. Terwijl ik een random serie zat te kijken appte ik Katie. Ik zag dat ze af en toe online kwam maar nog steeds negeerde ze mij. Vluchtig kreeg ik de gedachten om bij haar langs te gaan maar al snel stapte ik van dat plan af. Het risico was te groot.

Ik kon het me niet veroorloven om dingen erger te maken met Katie. Zelfs al had ik alles al gedaan dat ze niet wilde.

Dus daar lag ik dan, alleen op mijn eenpersoonsbed weg te rotten in mijn eigen zelfmedelijden. Al snel dronk ik niet meer om de tijd rapper te laten gaan maar om even weg van mijzelf te zijn. Om alle slechte keuzes en ondoordachte acties te kunnen vergeten. Op dat moment was mijn zelfhaat naar een nieuw niveau gestegen en ik was me bewust van het feit dat dit een gevaarlijke weg was om in te slaan. Maar aan de andere kant wilde ik mezelf die avond gewoon haten.

Op een of andere manier liet de zelfhaat mij beter voelen. Het was een onverklaarbare paradox.

Maar wat was ik naïef toen.

Zo godverdomme naïef.

Terwijl ik op dat bed lag had ik zoveel kunnen doen om nu een ander leven te hebben. Om gelukkig te kunnen worden. Maar wat deed ik.., niets. Ik deed precies niets. Dat was mijn tactiek destijds. Als dingen te heet werden, te serieus, klapte ik dicht en sloot ik mezelf op. In de hoop dat alles vanzelf over zou gaan, zonder dat ik hoefde te zweten of te bloeden.

Het was die lafheid die me al zoveel had gekost. Relaties, toekomstperspectief en geluk. Maar ik had er nooit van geleerd. Nooit. De harde realisatie kwam pas later, na deze beruchte avond.

Nadat het al te laat was.

Regelmatig hoorde ik mensen om mij heen vertellen dat ze niets zouden veranderen aan hun leven. Dat ze vrede konden sluiten met al het slechte wat hen was overkomen.

Maar ik…

Ik zou teruggaan.

Ik zou van alles veranderen en ik zou beginnen bij deze fucking avond.

Het was ondertussen al donker buiten en rust lag als een deken over de wereld. Ik dronk doelloos van een flesje bier totdat ik plotseling gebeld werd. Ik pakte mijn telefoon op zonder te kijken wie er belde.

Aan de andere kant hoorde ik een akelige stilte. Het gebrek aan geluid maakte mij al snel duidelijk dat dit geen goed telefoontje was. Het was het soort telefoontje dat je nooit hoopt te krijgen.

‘’Met Bob.’’ Zei ik snel.

Aan de andere kant bleef het stil. Het enige wat ik hoorde was een vaag gesnik, alsof er iemand aan het huilen was.

‘’B….ob’’ stamelde ze uit. ‘’Bob.’’

‘’Kyra? Ben jij dat? Wat is er?’’ Ik zat inmiddels recht overeind.

Ze sprak traag en kwam niet uit haar woorden. Ik kon uit haar toon halen, de manier waarop ze articuleerde dat haar wereld zojuist een zware klap had geïncasseerd. Ik wist dat er maar één reden was waarom ze mij zou bellen in plaats van Damian.

Eentje.

Godverdomme eentje.

Maar op dat moment wilde ik er niet aan denken.

Ik wilde het niet geloven.

Opnieuw herhaalde ze huilend mijn naam.

‘’Wat is er, Kyra? Wat is er aan de hand?’’

‘’He…t is Da….mian.’’

Na deze woorden voelde ik een zinkende sensatie in mijn maag, alsof mijn wereld ook op het punt stond om in te storten. Automatisch sloeg er in mij een instinct toe dat alle puzzelstukjes bij elkaar wist te leggen. Kyra hoefde de volgende woorden niet meer te zeggen, want ik wist al wat er aan de hand was. Maar ik moest ze horen. Ik moest de bevestiging hebben, de bevestiging dat mijn grootste angst waar was.

‘’Hij is….’’ Snikte ze gebroken uit. “Hij is..” Opnieuw bleef ze bij het laatste woord hangen. Alsof ze het niet kon uitspreken.

‘’Wat is hij, Kyra. Wat is er met Damian!?’’ riep ik met opgeheven stem.

‘’Hij is… Hij is weg” Haar stem sloef over. “Op de in..tensive care. Hij ligt op de… intensive care in het Catheri..na ziekenhuis. Ko…m langs, alsje…blieft.’’

‘’Nee.’’ Kreeg ik er met slechts een fluistertoon uit. Ik bleef op mijn bed zitten en staarde gefixeerd voor mij uit. Op dat moment kreeg ik niet eens mee waar ik naar aan het staren was. Het enige wat ik er door mij heen ging was Damian.

Met een gebroken: ‘’Ik kom eraan.’’ Hing ik het gesprek op.

Mijn handen begonnen te trillen.

Mijn gedachten vlogen als wilde beesten door mijn hoofd.

En elk woord was volledig van mijn tong verdwenen.

Maar toch, was ik ervan overtuigd dat dit allemaal een grap was.

Een obscure practical joke.

Daar hoopte ik op.

Ik wilde bijna gaan bidden dat mijn vrienden zo verrot waren om zo’n grap uit te halen.

Sterker nog, ik zou voor alles en iedereen bidden.

Als dat de toekomst zou veranderen.

Vorige post Volgende post