fbpx

5.19 Lach, vergeet en herhaal.

Photo by Konstantin Arnold

Scroll this

Dit was de start van een vreemde periode. Die nacht, zoals vele nachten die zouden volgen kreeg ik weinig slaap. Mijn emoties waren verdoofd en mentaal was ik afwezig, alsof mijn gedachtes uitstonden. Katie had zich opgekruld in bed en lag al voor enkele uren te slapen. Vanaf de vensterbank zat ik te kijken hoe zij sliep. 

Af en toe maakte ze willekeurige, schokkende bewegingen en daarna zou snel een afkapte en doffe schreeuw volgen. Ik wist dat de dromen haar op een nare plek hadden gebracht maar tegelijkertijd wilde ik haar niet wakker maken. 

Ze had haar slaap de komende dagen nodig. 

Net zoals ik. 

Maar ik kwam niet in slaap. 

Of was te bang om te slapen. 

De zon was ondertussen al volledig op en het licht scheen fel de kamer in, wat de behoefte om te slapen nog meer verminderde. Rond een uur of tien wist ik dat ik een paar telefoontjes moest maken. 

Ik wist dat ik mensen die met Damian omgingen moest bellen om te vertellen wat er gebeurd was. 

Robert. 

Simon. 

Brit. 

Ze moesten het allemaal weten. 

Zij moesten ook de kans krijgen om zijn laatste ademhalingen te kunnen zien. 

Mijn mobiel was op dat moment al enkele uren leeg. Door de angst die in mijn hoofd rond kolkte wilde ik de telefoon eigenlijk niet opladen. Zodra ik het nog een keer moest uitspreken, werd het weer de realiteit. Dan was het niet langer meer een nare gedachte die mij stalkte maar de pure, harde en ijskoude realiteit. 

En op dat moment was ik te bang voor de realiteit. 

Net zoals al het andere wilde ik heel de situatie wegstoppen. Vergeten. Ik was nooit goed in confrontaties met mijzelf. Het was makkelijk genoeg om iemand uit te schelden, wat lastiger om iemand te vertellen dat jij gevoelens voor hen hebt maar het was het allermoeilijkst om geconfronteerd te worden met jouzelf.  

Altijd dacht ik dat het makkelijker was om het allemaal maar weg te lachen. Op de korte termijn was het ook makkelijker maar het gevaar, de fout die ik al jarenlang maakte, was dat het normaal werd. Het werd mijn vaste strategie om enige vorm van emotionele confrontatie te vermijden.  

Maar al snel kwam ik erachter dat deze vluchtroute maar tijdelijk was. Want ik was gevaarlijk dichtbij mijn laatste lach. En zodra ik mijn laatste glimlach had verbruikt zouden alle opgepropte emoties, al het verdriet, onzekerheid en de pijn hun kans zien en geallieerd wraak gaan nemen.  

Voor alle jaren dat ik hen geen aandacht had geschonken. 

Op dat moment had ik zelf niet door welk pad ik was ingeslagen. Ik was jong en naïef, bewust naïef. Ik dacht op dat moment nog dat ik alles kon overwinnen en de wereld aan mijn voeten lag.  

Ik was de koning van mijn eigen emoties, maar dat zou snel veranderen. 

Eer ik besloot om mijn telefoon toch op te laden was het al 11 uur.  Ik stond op, stak een sigaret op en liep rokend naar Katie’s oplader. Ik haalde haar telefoon eruit en verwisselde hem met de mijne. Daarna ging ik weer terug op de vensterbank zitten en staarde geobsedeerd naar mijn telefoon aan de andere kant van de kamer.  

Het duurde vijf minuten en nog een sigaret totdat mijn Iphone aansprong. Ik gooide de brandende sigaret uit het raam en liep twijfelend naar het bed. Uiteindelijk ging ik met de telefoon in mijn handen op het randje zitten.  

Toen zag ik pas mijn What’s appjes. 

Al die fucking What’s app berichten. 

Tot dat moment had ik mij niet gerealiseerd hoe snel zulk nieuws zich verspreidde in de buitenwereld. Héél Eindhoven wist plotseling van Damian’s ongeluk af. Ik had berichten van Robert, Brit en Simon. Berichten van oude klasgenoten, vergaande vrienden en zelfs van een kapotgelopen one-nightstand 

Iedereen wist het. 

Iedereen wilde weten hoe het ging, wat er was gebeurd en of hij echt overleden was. 

Zelfs mensen die Damian niet kenden. 

Met een diepe zucht wreef ik door mijn gezicht. Ondertussen hoorde ik achter mij Katie langzaam wakker worden. Terwijl ik nog steeds naar de telefoon staarde voelde ik plotseling haar arm met enige tederheid over mijn keel glijden. 

‘’Heb je nog kunnen slapen?’’ 

Stilzwijgend schudde ik nee. 

‘’Bobje, toch. Kon je niet slapen?’’ 

‘’Ik wilde niet slapen.’’ Zei ik terwijl ik op het bed ging liggen. 

Katie keek mij bezorgd aan en begon mijn borstkas te strelen. 

‘’Ze weten het, Katie.’’ Zuchtte ik uit. ‘’Iedereen weet het.’’ 

‘’Wat weten ze?’’ 

‘’Van Damian.’’ Zei ik met enige frustratie. ‘’Het is alsof iedereen plotseling meekijkt.’’ 

‘’Dat is toch alleen maar mooi?’’  

‘’Nee.’’ Antwoordde ik met een harde toon terwijl ik opnieuw door mijn gezicht wreef. ‘’Ja, weet ik niet. Het maakt het de realiteit als iedereen het weet.’’ 

‘’Het is ook de realiteit, schat. Een koude, bittere realiteit, maar het blijft echt. Helaas…’’ Het laatste woord kwam er zachtjes uit. 

Ik keek Katie voor een moment aan, streelde met mijn hand door haar haar en zei met een gebroken toon: ‘’Ik ben nog niet klaar voor de realiteit.’’ 

Vorige post Volgende post

1 Comment

Comments are closed.